De Bremer Wildernis is een bosgebied van zo'n 47 hectare. Het gebied grenst aan de Starnumanbossen en het Lycklamabos. Samen vormen ze een groot aaneengesloten bosgebied.
De familie Van Swinderen legde het in de 19e eeuw aan als exploitatiebos. Het werd dus ingezet als een economisch doel, met name houtproductie. Grootgrondbezitters, zoals de familie Van Swinderen, maar ook de familie Lycklama en Star Numan, lieten bomen aanplanten die geschikt waren de houtkap. Vaak in een vrij strakke structuur met rechte paden en kavels. Dat was makkelijk bij het oogsten van het hout. Die structuren zie je nog steeds terug in dit bos. Pas toen Staatsbosbeheer het overnam in 1976 verschoof de focus van productie naar natuurontwikkeling en recreatie.
De naam Bremer Wildernis verwijst naar de brem (Cytisus scoparius), een geelbloeiende struik die vroeger op grote schaal in dit gebied voorkwam. Brem groeit vooral goed op open, schrale en zonnige plekken, zoals heideachtige terreinen, bosranden en zandige gronden. Voordat er grootschalig bos werd aangeplant, was het gebied veel opener dan nu. Bremstruiken konden zich hier goed verspreiden. Dat leverde een wildernis op: een ruig en moeilijk toegankelijk landschap met lage, woekerende begroeiing.
In het huidige bos zie je vrijwel geen brem meer. Het landschap moest plaatsmaken voor rijen met bomen. Die creëren schaduw, en dat is precies iets waar de zonlichtminnende brem slecht tegen kan.
Tegenwoordig is de Bremer Wildernis een rustig en gevarieerd bosgebied met loof- en naaldbomen, open plekken en een karakteristieke dobbe (bospoel) waar dieren komen drinken. Er leven onder andere reeën, dassen en vele bosvogels.
Bremer Wildernis
De Bremer Wildernis
8564 HD
Nijemirdum
Contactgegevens