Het boezemgemaal in Spaarndam werd gebouwd in 1844. Het kwam er na de drooglegging van de Haarlemmermeer. Het gemaal moest water uit het gebied van Rijnland afvoeren naar het IJ. Het ontwerp was van ingenieur J.A. Beijerink, een Nederlands waterbouwkundige. Hij is vooral bekend vanwege de droogmaking van de Haarlemmermeer en een ontwerp voor gedeeltelijke droogmaking van de Zuiderzee, het zogenaamde Plan Beijerinck.
Het gemaal had een kracht van 180 pk en dreef tien grote houten schepraderen aan. De bouw verliep niet helemaal vlekkeloos. De eerste proef viel tegen en de bouwer, firma Dixon en Co., werd in 1845 vervangen. Met hulp van Britse ingenieurs is het gemaal in 1846 officieel in werking gesteld.
In het begin werkte het gemaal op stoom. Later werd dat diesel. Sinds 2017 draait het op elektromotoren. Toch zijn de houten schepraderen nog steeds aanwezig; een bijzonder stukje techniek uit de 19e eeuw. De schepraderen zijn groot en draaien langzaam. Zo kunnen ze veel water verplaatsen zonder dat het breekt of schuimt.
Samen met drie andere boezemgemalen in Halfweg, Gouda en Katwijk regelt het gemaal de waterstand in Rijnland. Als er te veel water in de boezem komt, pompen deze gemalen het snel naar buiten. Zo blijft het land droog.
07. Boezemgemaal Spaarndam
Pol 52
2063 JN
Spaarndam
Contactgegevens